De zaak in het kort
Nadat een notaris in een procedure tussen hem en meneer X was veroordeeld tot betaling van een bedrag, wendde de notaris zich tot een advocatenkantoor om hoger beroep in te stellen tegen dat vonnis. De behandelend advocaat stelde echter geen hoger beroep in. De notaris daagde daarop het advocatenkantoor voor de rechter.
Volgens de notaris is sprake van een beroepsfout, doordat niet op tijd hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis. Als dit hoger beroep wel op tijd was ingesteld, dan zou het hof hem namelijk gelijk hebben gegeven en het vonnis hebben vernietigd. Volgens de notaris is hem door de beroepsfout de kans ontnomen op een betere uitkomst van het onderliggende geschil. Hij heeft daardoor schade geleden, bestaande uit het bedrag dat hij aan meneer X heeft betaald.
Het advocatenkantoor erkent dat het hoger beroep niet op tijd is ingesteld, maar stelt dat zij daar niet voor aansprakelijk is. Er is volgens het advocatenkantoor namelijk geen sprake van een causaal verband tussen het niet (tijdig) instellen van hoger beroep en de gestelde schade. Het hof zou in hoger beroep volgens het advocatenkantoor immers niet anders hebben geoordeeld dan de rechter in eerste aanleg. Daarnaast had de notaris volgens het advocatenkantoor een procedure tegen haar moeten starten binnen de termijn die in het vervalbeding uit de algemene voorwaarden was opgenomen.
Beoordeling rechtbank
De rechtbank oordeelt allereerst dat de notaris het vervalbeding kan vernietigen (op grond van artikel 6:233 onder b BW) omdat de algemene voorwaarden niet aan de notaris zijn gestuurd. Hierdoor had de notaris geen redelijke mogelijkheid om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
Verder staat tussen partijen vast dat sprake is van een beroepsfout, te weten het niet op tijd instellen van hoger beroep, waardoor de notaris de kans op een betere uitkomst in het onderliggende geschil is ontnomen. Hierdoor is sprake van een causaal verband tussen de beroepsfout en het verlies van een kans. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechter in dergelijke gevallen de schade vaststellen door te beoordelen hoe de rechter in hoger beroep, indien dat wel (tijdig) was ingesteld, had behoren te beslissen, althans dat de rechter het toewijsbare bedrag aan schadevergoeding moet schatten aan de hand van de goede en de kwade kansen die de notaris in het hoger beroep zou hebben gehad, tenzij er op voorhand vanuit moet worden gegaan dat die kans nihil of zeer klein is. De rechtbank oordeelt dat er een kans van 20% is dat het hoger beroep gunstig voor de notaris zou hebben uitgepakt. Het advocatenkantoor moet daarom 20% van het bedrag dat de notaris aan meneer X heeft betaald vergoeden aan de notaris plus de proceskosten.